Zomerstek

Ik wilde wel eens weg van deze plek, nieuw, fris blad om weer te beginnen,
en dus heb ik voor de zomer een nieuwe plek gezocht.
Eén gedicht nam ik mee om te wennen aan het wit, meer niet.
Dit hier blijft, als oud en lang archief, maar ik ga wellicht geen nieuwe posts meer toevoegen. Doorklikken dan maar!

Cadans protuberans

Mijn hoofd slaat spitsuur, een man
grist een krant, bits botst een vrouw
tegen me aan, mierenhakken tikken
overal

Iets stuwt voort, of andersom. Het
plakt tot dikke smog in mijn netvlies,
de zoveelste sigaret steekt op,
een leger bromvliegen gonst

Ik zeul te zware drachten mee, jaag
naar plaats om te baren maar tast
braillegrond; vecht die oorlog van
huid binnenstebuiten

Benen worden gewichtloos. Nog even,
bijna daar. Maar dan struikel ik weer
en guts over me heen
Ik val in dovemansoren vandaag

Drie woorden en een interview

Gisteren vroeg iemand me om mezelf in 3 woorden te omschrijven. De vraag kwam onverwacht, zoals dat wel vaker gaat met zulke vragen. Ik moest natuurlijk lachen, maar het bleek menens. Ironisch genoeg had ik een maand ervoor ook al zitten te tobben over een gelijkaardige vraag. Wat het is dat me drijft?
Wars van alle meer en minder fictieve antwoorden die ik had kunnen verzinnen, de grootse verhalen en verklaringen waar ik maar al te graag in zou verdwalen, moet ik toegeven dat de vraag me gisteren grotendeels onverschillig liet. Niet alleen deed ze ongewild denken aan foute Facebookquizzen die je bijbrengen welk dier je bent, welk kleur je aura heeft, op welk dessert je lijkt, in welk continent je de ideale match zal vinden, ik had er immers ook net een maand over gedaan om een afdoend antwoord te verzinnen. Benieuwd?

Continue reading

Toe

liefste lente,

wat als ik harder mijn best doe om zoet
te zijn, mijn kleren niet meer laat slingeren,
de planten niet vergeet en ook de afwas niet,
mijn lief door zijn baard kietel als hij mokt,
ik niet meer ga lopen om mezelf heen, ik
flink opsta voor de les, niet meer onder de
dampkap rook, de versterker steeds afzet,
de handdoeken ophang, het einde van de
week opdweil, ik lumineus glanzend doe
alsof regen niet zo triest is, kom je dan?
toe?

Mistlicht II

N531456580_1893331_2139_3

Mistlicht loopt, huppelt zelfs! (Als niemand kijkt, welteverstaan.) De voorbije maanden kwam er al wreed schoon volk langs de microfoon, waaronder Superlijm, QuiOui, Vinnie, Blackie & The Oohoos, enzoverder enzovoort. Stuk voor stuk waren het pareltjes die recht door de koptelefoon en stereo de weg naar ons hart wisten te veroveren.

De komende maanden komt er wellicht ook een blog met reviewtjes en er is nog meer op til, maar daarover moet ik nog eventjes zwijgen. Blijven insturen is alvast de boodschap; hoe meer muziek, hoe lichter de lucht.

Continue reading

Op zondagen..

Op zondagen wil een mens al eens wat anders dan thesissen, en dus heb ik de hoop stoffen die ik het afgelopen jaar bij elkaar gespaard heb maar eens uit de kelder gehaald. Plan één was om daarmee een geweldig mooi kledingstuk te maken, plan twee om mijn lelijke pennenzak waar ik al vier jaar op kijk te pimpen, plan drie om een fotoalbum aan te kleden, plan vier om een toiletzak te maken, aangezien ik er nergens xe9xe9n vind naar mijn zin. Allemaal briljante ideeën, dat lijdt geen twijfel. Blijft nog de moeilijkheid om te beslissen. Knip ik die mooie stofjes aan flarden om

Daarnet ontdekte ik deze site, waar ik mijn hartje kon ophalen met het zelf ineenknutselen van rokken, topjes, kleedjes, in alle maten en gewichten. Ik ontwierp er een smaragdgroen zomerkleed dat me wellicht niet slecht zou staan. Alleen spijtig dat het een online kleed is. En dat het me ontbreekt aan de zeventig euro die het in mijn postbus zouden doen belanden.

Implosie

Ik schrijf steeds kleiner, het
rijmt niet meer.
Deze hand voelt lomp, morst
letters over andere als een
synchroonzwemster met scheve
benen. Mijn mini-implosie met
zachte suïcide was altijd al
wat stroef.
Er is te veel, ik zou een kamer
nodig hebben, grond vol wit
blad waar ik mijn gewicht op
mag drukken, waar een stem
zegt van het is oké, weeg nu
maar.

Chromakey dreamcoat

Onder zijn schaduw staren
de contouren hem aan.
In deze lijnen ligt hij besloten.
Hij denkt er aan meisjes zonder
gezicht in wiens kruinen hij mag
dromen, liefhebben in superlatief.
Ze kleuren zijn ogen azuriet,
strelen zijn haar, kneden hem
tot vorm die minder onwennig
aanvoelt.

Wat onmerkbaar begint wordt
regen in kordate halen,
de lijnen barsten uit voegen
tot holle aders van vuil schuim.
Tegelpalet wordt blend stroomt
richting goot, weer die droom
dat hij sterft en blijft leven, hij
kijkt verstijfd tot hoe zijn
silhouet weer plaats maakt voor
kassei.

Hij is geen pakje regenboogkrijt.
Hij is een traag dier dat angstig
wonden likt. Grijs en poreus.
Met een kraai klaar bij het raam.